maandag 10 augustus 2015

LA SINGULARITÉ IS DE BIJZONDERHEID


De 'Bijzonderheid', is de nederlandse vertaling voor de franse naam die aan  plantage la Singularité werd gegeven ten tijde van de koloniale overheersing van Suriname. De plantage La Singularité was eind 1774  gesticht als een koffie plantage, die  later werd omgevormd tot  een suiker plantage  in het Commetewane gebied aan de Cottica rivier, in het huidige district Commewijne.
De Surinaamse Almanac van 1835 vermeldt dat 230 tot slaaf gemaakte mannen, vrouwen en kinderen  op La Singularité  suiker produceerden op de 1000 akkers van deze plantage, die begin 19de eeuw eigendom was van Majorin Elisabeth Bijval, gehuwd Buschman. Het bijgevoegde krantenbericht maakt melding van de verkoop van de plantage La singularité in  mei 1841 door F.R Buschman.


De  familie Buschman diende op 5 April 1841 een verzoek in voor vertrek naar het buitenland.                                         

                                                        





Twee jaar later doen haar broer Ernst Matroos en kinderen  Buschman  aangifte van het overlijden van Majorin Elisabeth Buschman in London .

Dit verhaal zou een van de vele onbekende verhalen zijn gebleven voor mij, als ik niet in het slavernij verleden van mijn familie was gedoken. Ik onderzocht met name  de familie van Antoinette Francoise Johanna Matroos  gehuwd Tjoe Nij, mijn grootmoeder van vader's kant. 
De bijzonderheid is dat de eigenares van La Singularite′  Majorin Elisabeth Bijval,  gehuwd Buschman, de dochter was van  Betje van Beeldsnijder en samen met haar broer Ernst Matroos wordt vermeld  op het overlijdensbericht van hun moeder Betje van Beeldsnijder.

Familiebericht Surinaamsche courant 28-03-1830 Op den11 dezer overleed alhier onze tedergeliefde  Moeder.BETJE van BEELDSNIJDER; en verliet alzoo dit tijdelijk verblijf, in den gezegende ouderdom van 88 jaren. , Rust in Vrede. Paramaribo den 25 Maart 1830 ' M. E. BUSCHMAN. E. MATROOS. ' Mede voor de verder Familie.

Elizabeth Bijval also known as Betje Van Beeldsnijder   

1742 - 1830                                                                                                            

Life History

1742
Born in Suriname 
28th Nov 1776
Birth of daughter Majorin Elizabeth Bijval in Suriname
27th Oct 1779
Birth of son Castor Jacob Matroos in Suriname
27th Oct 1779
Birth of son Pollux Ernst Matroos in Suriname
1793
Death of Wolphert Jacob Beeldsnijder Matroos in The Hague, Zuid-Holland, The Netherlands
1817
Death of son Castor Jacob Matroos
11th Mar 1830
Died in Paramaribo, Suriname  (source: drewry.net )

Het zoeken naar je roots als Surinaamse creoolse opent al heel snel de gapende wond van het onverwerkte en onbeschreven slavernij verleden dat nog geen twee eeuwen verwijderd is van onze moderne geschiedenis.  De eigenaar van de 230 tot slaaf gemaakte mensen op la Singularité was Majorin Elizabeth Bijval. Zij werd in 1780 als een van de drie 'onechte' kinderen van de mulattin Elizabeth Bijval in Paramaribo gedoopt, samen met haar tweeling broertjes Castor Jacob van Matroosen en Pollux Ernst van Matroosen.

Tekst doop register nederlands gereformeerde kerk  1780 december 14 zijn door mij ondergeschreevene in de kerk van Paramaribo gedoopt drie onechte mustise kinderen met namen De eerste Elizabeth Bijval geboren 28 november 1776, De tweede Castor Jacob van Matroosen en de derde Polux Ernst van Matroosen, geboren den 27 oktober 1779 zijnde tweelingen. Alle drie gebooren uijt de mulattin Elisabeth thans behorende aan W: J: Beeldsnijders Matroos. Getuigen Daniel van Claveren (was get:) J: C: de Cros V:D:M:

Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 10, kerkboek 1770 - 1792 (Paramaribo)
Code microfiche Enz. Ned. Ger. Gem. D. 1770 - 1792 / 5 (Paramaribo)

Hun moeder, de mulattin Elizabeth Bijval, behoorde aan de uit Utrecht afkomstige Wolphert Jacob Beeldsnijder Matroos  en stond onder meer bekend als Betje van Beeldsnijder, de dochter van Adjuba van Betje van Beeldsnijder. Betje werd zelf pas  in 1810 gedoopt.

Naam Beeldsnijder Matroos, Beetje van
Doopnaam Elisabeth Sabina
Datum doop 1810-11-11
Overlijdensdatum 1830-03-11
 .
In de volkstelling van 1811 van Suriname worden zowel Betje van Beeldsnijder als haar zoon Ernst Matroos ruim een halve eeuw voor de afschaffing van de slavernij, met hun gezinnen vermeld als vrije kleurlingen die in Paramaribo woonden.

1170 Betje van Beeldsnijder & family 1131 278/ 26 Coloured
728 E. Matroos & family 708 278/25 Coloured
bron: https://deniekasan.wordpress.com/.../volkstelling-1811-suriname/

In 1811 the British held a census (in order to get control of the country and in order to levy taxes efficiently)
census_1811_Buschman_Signature.jpgJ. Buschman (white)
was living with M.E. Bijval (a free coloured woman) and children with initials M A C L and J.
[See: 1811 census reel 2, reference CO278/17 folio 58]

Ernst Matroos  was erfgenaam van zijn Moeder Betje van Beeldsnijder die tot haar dood aan de Joden Breedestraat  in Paramaribo woonde op La C nr 44.

(25937) De Exploiteur bij het Geregtshof te Suriname, zal op Vrijdag den 2den Julij 1841, des voormiddags om half negen uren, ten overstan van Heeren Gecommitteerde Raden uit gemeld Gereftshof, publiek bij Executie andermaal verkoopen; Het HUIS, staande op het vererfpacht Erf, gelegen aan de Joden Bredestraat, La. C.Nr 44 Nieuwe Wijk; aankomende E. MATROOS, als mede Erfgenaam van den Boedel wijle BETJE van BEELDSNIJDER.
Paramaribo, den 29 Junij 1841
R.GOLLENSTEDE,
Exploiteur

De voormalige koffie  plantage La Singularité aan de Cottica rivier was van koffie producent omgevormd tot een van de vele suiker plantages  die destijds suiker exporteerde naar Nederland.        Ernst Matroos was administrateur en later directeur van La Singularité.
In Amsterdam, Utrecht en op Curacao waren leden van de familie Beeldsnijder  in dienst van  de Verenigde Oost Indische Compagnie, (VOC) en de  West Indische compagnie  (WIC).  De tweeling van Betje van Beeldsnijder , Ernst Matroos en Jacob Matroos,  behoorden tot de Beeldsnijder Matroos clan en hun grootmoeder  van vader's kant, Catharina de Petersen, had banden met het hof van de Nederlandse koning. De broers van hun grootmoeder , waren invloedrijke koloniale overheidsfunctionarissen  die grote rijkdommen vergaarden uit de TransAtlantische slavenhandel en slavernij.
Catharina's zoon Wolphert Jacob Beeldsnijder Matroos arriveerde in 1770 in Suriname en was de eerste krantenuitgever van Suriname. Hij was bevriend met de Friderici en heeft ook als gouverneur  in Suriname ruim een jaar de scepter gezwaaid . Hij was de 'eigenaar' van Betje van Beeldsnijder.
drukkers vergunning voor Wolphert Jacob Beeldsnijder Matroos

Het zoeken naar je voorouders , hun namen, hun adressen, hun geliefden, hun kinderen, gaat niet van een leien dak als je zoekt naar voorouders die in slavernij leefden. De eigenaren,  administrateurs, direkteuren en blank officieren van de plantages staan jaar in jaar uit met naam en toenaam beschreven in de Surinaamse Almanac. De tot slaaf gemaakte dwangarbeiders daarentegen  zijn in negen van de 10 gevallen naamloos aan de werkplaatsen verbonden,  tenzij  een verkoop of vrijlating plaats vindt. Hun verhalen moeten nog geschreven worden. Hun levens moeten aan de geschiedenis ontfutseld worden.

La Singularité is  inderdaad  de bijzonderheid omdat voor mij een hoop genealogische knopen verbonden kunnen worden aan deze plantage  in mijn speurtocht naar voorouders. Majorina Elizabeth  Buschman was  de eigenaar, haar broer Ernst Matroos was samen met J.J. karsseboom de administrateur op deze plantage. Johan Francois Durepee was de direkteur  en deze Johan Francois Durepee kreeg hulp  van Ernst Matroos bij de manumissie van de tot slaaf gemaakte Jacoba, Karel en Carolina Drempt die de naam Durepee kregen bij hun manumissie. 

Volgens de Surinaamsche Almanac van 1835 hadden de families Buschman, Matroos, Karsseboom en Durepee,  op de plantage La Singularitee assistentie van de blank officieren J.L. van Heyst en J.L Potgielet om de 230 tot slaaf gemaakte mensen te onderdrukken en aan het werk te houden.
Het zijn mijn nicht Hella Matroos en de Surinaamse kunstenares Patricia Kaersenhout die mij  op het spoor zetten dat leidt naar  de oude stadskerk in Amsterdam waar  Jacob Matroos Beeldsnijder begraven ligt die de tweeling broer was van Ernst Matroos.

Onze eerste bestemming was de Oude kerk, gelegen aan de Nieuwmarkt. Een kerk, die zijn oorsprong vindt in het jaar 1213, tevens Amsterdam's oudste gebouw, heeft binnen zijn rijke geschiedenis een wel erg bijzonder verhaal liggen. Het vertelt ons het verhaal van een man, genaamd Jacob Matroos Beeldsnijder. Een man van Surinaamse afkomst, die een ruim gedeelte van zijn leven in onze hoofdstad [Amsterdam] heeft doorgebracht. Echter was hij een vrij man en de enige persoon met Afrikaanse komaf die in de kerk ligt begraven. Dit maakt het natuurlijk al erg bijzonder. Wat het nog specialer maakte, is dat drie van zijn directe nazaten, o.a. kunstenares Patricia Kaersenhout bij de tour aanwezig waren. Het was voor haar namelijk de eerste keer dat zij het graf van haar voorvader bezocht. Haar nicht Hella Matroos had na jaren van onderzoek naar de familiegeschiedenis ontdekt  dat  een voorouder als vrije man naar Amsterdam was gereisd. Dit maakte het een emotioneel, maar tegelijkertijd ook een bijzonder moment. bron:http://issuu.com/kitpublishers/docs/pagina_s_van_kb_amsterdam

Dit aanknopingspunt gaat in regelrechte lijn naar mijn grootmoeder Antoinette Francoise Johanna Matroos omdat  zij de zuster is van Reinier Hendrik Willem Matroos, de vader  van mijn nicht  Hella Matroos.  Reiner en Antoinette waren  kinderen van  Johan Francois Matroos 1864 -1832 , die bij zijn overlijden werd aangemerkt als planter en bedienaar bij begrafenissen.

 
Mijn overgrootvader,Johan Francois Matroos was de zoon van Petronella  Helena Matroos. Zij  was de dochter van Appolonia Hendrikzoon maar noemde zich Matroos.
                             


Petronella Helena Matroos woonde volgens genealoog Jacques Vrij tot haar derde levensjaar met haar moeder  Apolonia Hendrikzoon in het huis van Catharina Ulrica van Buckland waar ook Anna Christina Pagett woonde die in 1831 de moeder wordt van Wolphert Jacques Nicolaas Matroos.

         
Het is duidelijk dat er hier sprake is van een dikke verstrengelde kluit aan knopen die door de onderzoekers ontward moet worden. Het zoeken naar familie ten tijde van slavernij is makkelijk als ze vrij waren of eigenaren, direkteuren, blankofficieren, administrateuren waren maar zodra het op de tot slaaf gemaakte voorouders aankomt is het zoeken  een grote puzzel en lijkt het soms alsof je zoekt naar een naald in een hooiberg zelfs als de voorouders reeds vrij verklaard waren lang voor 1 juli 1863.

---Betje van Beeldsnijder geboren 1742- overleden 1830 behorende aan Wolfert Jacob Beeldsnijder Matroos is  een mullatin. 
Zij is dochter van de Vrije Adjuba van Betje van Beeldsnijder die in 1808 is overleden. De vrije karboegerin Anna van Betje van Beeldsnijder sterft in 1824.
Betje=Elizabeth Bijval  wordt in 1776 moeder van  Majorina Elisabeth  Bijval.
Betje=Elizabeth Bijval wordt in 1779 moeder van de tweeling Castor Jacob van Matroosen en Pollux Ernst van Matroosen.
De tweeling wordt samen met hun zuster Elisabeth in 1780 in Paramaribo gedoopt als onechte kinderen van de mullatin Elisabeth behorende aan Beeldsnijder.
In 1781 krijgen de tweeling hun manumissie brieven en worden naar Nederland gezonden om een opleiding te volgen.
Castor Jacob komt in 1817 te overlijden en wordt begraven in de Oude Kerk in Amsterdam waar hij als enige voormalige slaaf begraven ligt.

In de Almanac van 1835 wordt de plantage La Singularité aan de Commetewane in het Cottica gebied beschreven als eigendom van Majorin Elisabeth Bushman-Bijval.
Administrateuren waren J.L. Karseboom en Ernst Matroos.
Direkteur was Jean Francois Durepee
blankofficieren waren J.F. van Heyst en J.L. Potgielet 

Jean Francois Durepee was de zoon van lucia Walraven.
Hij vraagt manumissie aan voor Jacoba, Karel en Carolina Drempt. 
De familie Peneux Herdegen schenkt het kind Carolina aan Lucia Walraven maar wegens gebrek aan geld worden Ernst Matroos en Treheen gevraagd borg te staan voor de manumissie.
Jacoba, karel en Carolina worden na manumissie Durepee.

In de volkstelling van 1811 wordt melding gemaakt van Johanna van Heydorn . Zij is een mulatto seamstress,de moeder van Esther Johanna en Anna Petronella.
in 1828 wordt hoofdtax betaald door de Heydoorns voor Johanna, Jansje, Philipe Peter, Marie,Dorothea en Saraatje van Dorothea. (ara 1.01.1107 inv. 74)
Anna Petronella Heydoorn trouwt met W.P. Matroos. 

Louisa Hortensia Flaus is de moeder van Henriette Petronella Rilland . J.W. Matroos vraagt manumissie aan en Henriette wordt Henriette Petronella Matroos.

1790 September 23 is door mij ondergeteekende in de tegenwoordigheid van de volle gemeente broeder diacon de Ridder gedoopt een egt kind in met naame Wolphart Jacob. Vader Wolphart Weijer Beeldsnijder, moeder Johanna Frederica Elisabeth Muntz
1792 juni 24 is door mij onderget: voor de volle gemeente gedoopt een egt kind genaamt Werner Johan Philip Muntz. Vader W: W: Beeldsnijder, moeder J: F: E: Muntz egtelieden.
-----
 Hendrik Jan Tjoe Nij, de echtgenoot van mijn grootmoeder Antoinette Francoise Johanna Matroos,  koopt in 1940 een deel van de plantage Misgunst welke in 1811 geregistreerd stond als eigendom van de echtgenote van Weijer Beeldsnijder, Johanna Frederica Elizabeth Muntz. 

Mijn moeder, Carmen Agnes Dunker, gehuwd Tjoe Nij, was de dochter van Aloysius Dunker. Mijn grootvader Aloysius was de zoon van Carolina Wijngaarde gehuwd Dunker. Het speuren naar voorouders bracht mij op het spoor van een van de stam moeders van de familie Dunker, Carolina van Betten  ook bekend met haar slaven naam  Finisi, Phoenix.
 Carolina  Betten werd de echtgenote van Johan Friedrich Betten die een van de kopers was in 1841 van de plantage La Singularité en zo omsluit de cirkel  nu ook mijn voorouders van moeder's kant. Er is in mijn familie geen ontkomen aan slavendrijvers en tot slaaf gemaakten die op enig moment verbonden waren met La Singularite′

Suriname en Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde slaven (Emancipatie 1863), Voornamen: Phoenix Carolina


Voornamen Phoenix Carolina
Achternaam Betten
Straat en huisnummer Gravenstraat 13
Plaats Paramaribo
Land Suriname
Locatie plantage Suriname
Borderelnummer PE076
Opmerkingen Erfgename boedel Christiane van Betten
Bronverwijzing Nummer toegang: 2.02.09.08, inventarisnummer: 229    bron gahetna.nl

Suriname where freedom is not an illusion

For the foreigner who wants to learn about Suriname it might be very confusing to discover that people of   African, Indonesian,  Indian, Chinese, African, Jewish, Syrian, Lebanese, European, Taino (Carib), Trio, Warau, Wayana and Arawac  descent and culture are presented as one people and are  all united as Surinamese.
The truth is the only indigenous inhabitants of Suriname are  the Lokono (Arawac), Wayana, Trio, Warau, and Taino (Carib), who met with European invaders in the 17th century at the time when Europeans were prospecting the globe for treasures and landed on the shores of Guyana's wide rivers.
The 17th ,18th and 19th centuries are characterized by the 'golden' period of triangular trade which saw African enslaved people being  bought and shipped  to Suriname  by  Dutch, mostly Jewish merchants who sold and exploited  them like  cattle on sugar , coffee, cotton and cocoa plantations. The products of their slave labour were then shipped to Europe and sold to finance next rounds of highly profitable trade of human cargo for processed sugar, coffee, cocoa, cotton, tobacco, Indigo and timber from Suriname.
The system of colonial domination and systematic exploitation has enriched the Dutch, British, German and French colonizers who raided  and violated the indigenous lands of Suriname's original inhabitants.
The presidential Palace in Suriname has for the first time witnessed a spiritual cleansing ceremony on Sunday August 9th 2015 to commemorate the  international day of Indigenous Peoples.  The annual  celebration of this international day of indigenous Peoples takes place in the Palm gardens. These old  gardens  are adjacent to the Presidential Palace in Paramaribo which was built  in 1730 during colonial times at the site where the indigenous villagers saw colonial ships sail up their Suriname river looking for bounty. The Dutch colonizers used their United East Indian Company and West Indian Company  networks to bring cheap labor from China, India and Java,Indonesia  to respond to shortage of workers due to the abolition of slavery in 1863. The day of abolition of slavery July 1st 1863 is commemorated annually just like the arrival of contract laborers from India is a national holiday in Suriname. The first ship with contract laborers from India arrived in Paramaribo on june 5th 1873.
The new generation of Surinamese celebrated the 125th anniversary of the immigration of contract laborers from Java, Indonesia on August 9th 2015.  Descendants of those immigrants from Java, India, Africa and China today are part of our new government and are elected members of Suriname's National Assembly.
The Chinese organization Kon Ngie Ton San has just celebrated its 135th anniversary in Paramaribo and is reminding all Surinamese of the contribution of Chinese contract laborers who came to Suriname in 1853 to work on the sugar plantations. My great grandfather was one of those contract laborers who came to Suriname and met my great grandmother Magdalena Trijn who gave birth to my grandfather Hendrik Jan Tjoe Nij.
President Desire Delano Bouterse called himself a small Amerindian boy from the Casiwinica region in Suriname who is honored to be inaugurated as President of Suriname in the Anthony Nesty Indoor Stadium on august 12th 2015 in the presence of Caribbean and Latin American as well as African and Asian presidents and international diplomatic representatives. Suriname's vice president Ashwin Adhin has ancestors who came from India and built their lives in Suriname.
A walk through Paramaribo might bring you to the New Libanon store or you might want to take a look inside the Jewish Synagogue and modern Mosque which stand peacefully side by side.
The  colonial German, Italian, French, Polish fortune seeking mercenary military who made their careers as soldiers and later became plantation owners have left their mark on surinamese family names. Dutenhofer, Labadie, Godefroy, Betten, Du Peyrou, Raineval, Cellier are some of the wellknown names from Suriname's colonial plantation era.
Untill today the official language spoken in Suriname is Dutch, but the lingua franca is  Sranan, while large sections of the population speak Sarnami Hindi,  Javanese, Saramaccan and Aucan laguages as well and  indigenous languages are also spoken.
The true melting pot which is Suriname has one big human family which might not yet have shaken off all colonial shackles,  but is well on its way to grow into a prosperous multi ethnic nation where peace reigns,  tolerance is the rule and freedom is not an illusion.

zondag 19 juli 2015

RELIGIE EN SLAVERNIJ VERLEDEN

Het verlangen om het slavernijverleden achter ons te laten en grote stappen voorwaarts te maken is groot in de hoofden en harten van vele Surinamers die zich niet langer willen laten ophouden door onverwerkt slavernijverleden.
'Genoeg is er gezegd en genoeg geschreven', is vaak het argument waarmee de 'laat het maar' generatie zich afzet tegen mensen zoals ik, die niet diep genoeg kunnen wroeten en graven in de periode van slavernij welke zo bepalend is geweest voor de vorming van de moderne Surinamer vandaag de dag.
Ik schrijf dus en onderzoek nog steeds, elke dag. Het slavernijverleden, met name het onverwerkte slavernijverleden, zit in onze genen, omringd ons thuis, op de werkvloer, op school, op straat en ook in onze verlangens.
De  recente botsing tussen het Assembleelid  van Suriname Ronald Hooghart
, die Anana in de mond neemt om dank uit te brengen aan de allerhoogste,  en  religieus voorganger   bischop Steve Meye
die zich baseert op door het Christendom voorgeschreven  vormen van aanbidding, heeft alles te maken met slavernij verleden.
Voor er ooit een Christen voet op Amerikaanse bodem zette was het Tamusi , die het goddelijk firmament voor de bewoners van ons land beheerste. Nadat het Christendom  zich triomferend verbond aan de ecnomische voordelen van slavernij in Europa en bloeddorstig huishield onder Joden, Moslims en Protestanten  werd Suriname geteisterd door meedogenloze Joods/Christen prediking die altijd gericht was op het in stand houden  van de ongelijke machtsverhoudingen tussen de tot slaaf gemaakte dwangarbeiders en hun  witte eigenaren. Immers prediking was gericht op economisch voordeel voor de witten en men werd wijsgemaakt dat het ook nog eens God's wil was.
De joodse en christelijke kerken hebben in de slavernij geschiedenis van Suriname nooit gekozen voor het omver werpen van de macht van de minderheid, maar zich altijd gevoegd naar de  machthebbers.
Menig godvrezende dominee die het woord van God kwam verspreiden onder de Surinaase plantage bewoners, bleek al snel de meer dan hebzuchtige, losbandige slavenhouder te worden met God's woord als dekmantel en wapen.
De verbinding tussen gereformeerde kerk, katholieke kerk en Joodse kerk in de periode van slavernij was voornamelijk het in stand houden van de witte overheersing in de kolonie die gericht was op economisch voordeel voor enkelen en economische exploitatie van de meerderheid van ons volk.
De kennis van het moslim geloof die door de  geimporteerde tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Amerika werd gebracht en de kennis van het traditioneel geloof van de Afrikaanse en Inheemse bewoners van ons land werd niet alleen als duivels maar vooral als bedreigend voor de witte en gekleurde 'status quo' ervaren en is eeuwen lang met harde meedogenloze Christen en Joodse hand onderdrukt.
Het is interessant om nu twee notabelen uit onze samenleving met Afrikaanse roots, met elkaar overhoop te zien liggen over geloof, omdat dit precies het gedrag is dat het godsdienst onderwijs in Suriname beoogde ten tijde van slavernij.
De kennis die de Afrikaanse inwoners hadden moest vooral tot minderwaardig en onjuist worden aangemerkt zodat het zonder blikken of blozen vervangen kon worden door de interpretaties van wereld en hemel  zoals die in de Joods/Christelijke wereldvisie tot uiting komen.
Het 'verdeel en heers' principe werd met man en macht in stand gehouden door de koloniale wetgevers en hun ambtenaren, zodat volgelingen  van de hindu, de moslim, de christen en de inheemse en Afrikaanse traditionele geloofsovertuigingen geen verbond konden sluiten tegen de machthebbers.
Het onderlinge wantrouwen en geinstitutionaliseerd vertrappen van alles wat de Afrikaanse dwangarbeider als waardevol en zinvol zag, werkt tot vandaag door in onze onderlinge relaties hetzij bewust of onbewust. Ons slavernij verleden omringd ons, ook al benoemen wij het niet, ons slavernij verleden wurgt ons als wij het niet benomen en herschrijven. Het onderzoeken , herschrijven en benoemen van ons slavernij verleden is noodzakelijk  zodat over enkele decennia Anana, Jaweh, Allah, Tamusi, Budha , Shiva, Jehova, en alle andere godheden die door Surinamers aanbeden worden in alle vrijheid recht van bestaan hebben en verrijking van ons volk kunnen bewerkstelligen.
Wetend dat deze laatste uitspraak voor sommige Surinamers heel wat bruggen te ver is gezien de huidige staat van geloofs fragmentering in Suriname, noteer ik het toch om de illusie dat wij het slavernijverleden achter ons hebben gelaten in een breder, toekomst gericht perspektief te plaatsen. Het instituut Kerk , de religie, het geloof en de dagelijkse verhoudingen tussen burgers en de staat zijn allemaal verbonden aan economische verhoudingen hoe je het ook wendt of keert.  Precies zoals de voorvechter voor oorlog verdient aan wapenhandel, zijn religieuze oorlogen bedoeld om de religieuze machthebbers te kunnen laten profiteren van de economische en politieke voordelen verbonden aan hun religieuze praktijk.

maandag 13 juli 2015

CHANGING OF THE GUARDS

In a special session  the Surinamese National Assembly today  reelected President Desiree .D. Bouterse  for a second term of five years as President of the Republic of Suriname. It is the first time in Suriname's revolutionary history that a president has been unanimously  reelected for a second term as Head of State.
president D.D. Bouterse
 
The Surinamese nation will have a new government soon and president Bouterse and vice president Adhin will have to put their shoulders under the mammoth task of steering the Surinamese economy out of the danger zone . Michael Adhin  who is the youngest vice president to ever be elected in Suriname's parliament has pledged to focus on efficiency and cost effective management of national affairs.
vice-president M.A. Adhin
In view of the recent unrest in Greece and the European Union as a result of exploitative austerity cuts it is to be expected that all eyes will be on Suriname's to be appointed  minister of economic affairs. The further the elections sink into a not so distant past, politicians and political parties tend to forget all the lofty promises made during the election campaign. It is a matter of vigilance and expertise of Surinamese financial and economic scholars and politicians, to prevent corruption and exploitation from laying the biggest austerity burdens on the shoulders of the poor and vulnerable.
In the coming months the new approach will have to materialize in economic advantage for the majority of the Surinamese entrepreneurs and workers. It will be interesting to see if and how foreign investors will  be affecting local business initiatives positively. The campaigns to improve and increase production output can be a collective effort if the people feel the gains of the sacrifice of austerity are evenly or at least  honestly spread over the various sections of the workforce. In view of recent incidents involving blatantly corrupt practices of  officials, a new approach will  have to be judged on its ability to curb corruption and prevent exploitative practices.
    Presidential Palace in capital Paramaribo has a new freeze with the national code of arms.
    
Perhaps the recent removal of the old colonial code of arms from the presidential palace and its replacement by the national Surinamese code of arms will also result in removal of open and covert corruption in Surinamese society.
removed colonial code of Arms with symbols of the city of Amsterdam

The city of Amsterdam in the Netherlands used to own the colony Suriname in the 17th,18th and    19th century and excelled in exploitation of indigenous and imported African inhabitants.                 Their unpaid labor contributed to the accumulation of wealth in Europe. The 'golden age' of the Netherlands was characterized by exploitation, corrupted politics, slave trade and slavery in the Dutch colonies including Suriname.






                                                  National code of Arms of the Republic of Suriname
It is to be hoped that the newly installed indigenous guards on the Presidential Palace facade will be able to symbolically guard the nation from economic downfall and will inspire the population to work          hard to raise the standard of living for all.
Unfortunately prices of vegetables and other commodities are skyrocketing and although the continued heavy rains and subsequent floods  could be blamed for loss of crops, the government will have to put its foot down to prevent out of control rise of the cost of living. The changing of the guards with new ministers and a new National Assembly, needs to ensure that the promises are kept and every action which could undermine all good intentions of change and progress must be prevented or curbed.

maandag 6 juli 2015

Stuck in the mud

Het weekend liep ten einde en de groep Surinaamse toeristen kon elk moment arriveren op plantage Misgunst aan de H. J. Tjoe Nij weg in Saramacca, waar een ongekende hoeveelheid water uit de hemel viel, die binnen no time het gereedstaande kamp Ferdi onder water liet lopen.

    Kamp Ferdi,wolken reflectie in het water op de grond


De Tipi met smeulend houtvuur en mooi geharkte zandvloer was gereed voor ontvangst, maar de harde wind woei de vette regendruppels tot onder de gallerij en het zand zoog alle vocht op alsof het dorst had gekregen van de stralende zon eerder op de dag. Daar kwam de auto van tour orga Chantal gevolgd door een glanzende airco bus al  het erf van plantage Misgunst opgereden nu de regendruppels harder en harder neerstroomden.
Het gezicht van de reisleidster was vriendelijk maar zorgelijk, eigenlijk wilde ze direct weer weggaan.  De buschauffeur draaide zijn raampje voorzichtig open alsof hij wilde horen ' ie kan draai baka' maar mijn stralende uitnodigende lach zorgde ervoor dat hij zo dicht mogelijk bij de Tipi stopte. De ene na de andere zorgelijk kijkende toerist stapte uit en liep door de regen naar de Tipi. Drie bleven in de bus 'we willen niet nat worden' !
Een dame durfde het eerst niet aan om met haar delicate sandaaltjes door het zompige gras te waden, maar toen de schoenen uitgingen stapte zij op blote voeten door de regenplassen .

In de Tipi terwijl de regen onophoudelijk valt 
Daar stonden ze dan in een kring in de Tipi elkaar  de  hand vasthoudend terwijl  regendruppels keihard neervielen op het dak van bladeren van de Pina palm.
Het was niet het uitstapje dat men gepland had; relaxen , wandeling naar het bospad en vrij en blij van de ruimte op boyti genieten.



                                                
ondanks de buien toch gelachen


De gezichten werden langzaam vrolijker naarmate de informatie over de stichting SOEKTSA, het jungle survival camp en de geschiedenis van plantage Misgunst, de regen deden vergeten. Rook van het klein houtvuurtje steeg op, we waren droog en de groep kwam los toen de kruiwagen met kokosnoten werd binnen gereden.

                         de  buschauffeur was expert kokosnoten kappen
Het uur was ondanks de regen snel voorbij en na  een korte feed back ronde die in het algemeen positief was werd de drang om naar buiten te lopen niet langer onderdrukt en ging men snel weer  in de bus 
Time to say goodbye en weg wezen naar huis, naar voedsel, want na drie dagen sap dieet had iedereen razende honger.                                                                                                                                          Dus dat had je gedacht, de natte graszoden lieten de wielen van de bus niet los.


Reisleidster Chantal kijkt zorgelijk.
THE BUS IS STUCK  IN THE MUD.
 Iedereen uitstappen, ook de dames die niet nat wilden worden. 


Daar stonden we dan , gelukkig hield de regen op. Planken onder de wielen hielp niet,
samen duwen ook niet. Opa's   sleep kabel en trek auto hadden ook niet het gewenste resultaat.



















De bus was en bleef stuck in the mud .
De dames lieten niets de pret meer drukken en sloegen de pogingen om de bus vlot te trekken geamuseerd gade. Het werd opa allemaal te veel toen hij de buschauffeur met een schop achter de wielen  gaten zag maken in  zijn jarenlang zorgvuldig gemaaide gazon.
Hij besloot hulp in te roepen. Reddende engel was buurman Wim die met een krachtige 4wheel drive manoeuvre de bus uit de modder trok.Weer instappen, nog even zwaaien en snel naar huis.



Het gehavende grasveld herinnert aan de 
Surinaamse toeristen die zich niet door regen en modder uit het veld lieten slaan en bij het vertrek toezegden zeker terug te zullen komen met mooi weer.












woensdag 1 juli 2015

Voorouders die in slavernij leefden herdacht


De herdenking van de formele afschaffing van de slavernij in Suriname op 1 juli 1863 is een nationale  feestdag. Het herdenken en eer betonen aan de in slavernij geboren en getogen voorouders brengt mijn 
bet overgroot moeder in zevende lijn op de voorgrond. Op 31 maart 1803 werd manumissie aangevraagd voor mijn bet-overgrootmoeder Aminha van Jk. de la Parra geboren ca 1752 overleden 1817 .   
Zestig jaar voor de afschaffing van slavernij in Suriname werd aan haar manumissie verleend. 
Zij is mijn voorouder via de vaderlijn van mijn moeder Carmen Agnes Dunker, gehuwd Tjoe Nij. Mijn grootvader Aloysius Dunker was de zoon van Carolina Wijngaarde en achterkleinzoon  van Abraham Wijngaarde, de zoon van Amina van Izaak de la Parra. 



ADVERTISSEMENTEN.

Alzo aan den Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer Colonie van Suriname,
de volgende Persoonen, by requeste hun hebben geadresseerd,
en ten behoeven der natenoemende Slaaven verzogt Brieven van Vrydom, als:
[...]
Jk. de la PARRA, voor de hem aankomende Negerin genaamd ANINNA.
[...]
ZOO IS HET, dat een ieder die eenig recht of Pretentie op gemelde Slaaven of Slavinnen zoud vermeenen te hebben;
bij deze geadverteerd worde dezelfs sustenuen, tusschen deeze geëindigde en de aanstaande sessie van Mey eerstkomende, ter Secretary alhier behoorlyk op te geven,
zullende by faute van dien, op de verzoeken der Supplianten werden gedisponeerd, als bevonden zal worden te behooren.

Paramaribo den 31 Maart 1803.
(Onderstond)
Ter Ordonaantie van den Hove.
(Was getekend)
N. O. ARLAUD.

[ Bron: Surinaamsche Courant en Algemeene Nieuwstydingen. / Vrydag den 15 April 1803. / No. 83. ]

Vele uit Europa geronselde soldaten zochten in de 18de eeuw hun fortuin in Suriname als blank officier , plantage direkteur of koloniaal ambtenaar . De Duitser Johan Frederik Betten was zeer succesvol als militair, plantage direkteur en slavenhouder in dienst van de Koloniale Machthebbers. Belast met het uitkeren van de zogenoemde uitkeringsgelden aan de eigenaren van tot slaaf gemaakte mensen had Johan Frederik Betten de taak de in slavernij levende mannen , kinderen en vrouwen te beoordelen,taxeren,kopen of verkopen. Was onder meer gehuwd met Carolina van Betten die via de Dunker familie als voorouder te boek staat.


De slavenhalers,  slavenmarkten, de rechtszaken tussen slavenhouders en de klachten van tot slaaf gemaakte mensen en de dagelijkse arbeid van de slavenmacht op de plantages vormden de ruggegraat van de koloniale dagelijkse werkelijkheid. 
De handel in mensen (slavenhandel) import dwangarbeid (slavernij)  productie, export  koffie,suiker, cacao,hout en indigo verrijkten de koloniale machthebbers.

Juriaan F. Friderici's 1751 -1812  kwam uit Zuid Afrika naar Suriname maakte hier carrière als militair en werd later gouverneur. Hij is verantwoordelijk voor de verkaveling van gronden aan de Saramacca rivier.
Als in 1770- Francois Cornelis van Aerssen zijn aandeel in de societeit van Suriname  aan de stad Amsterdam verkoopt krijgen nieuwe planters op grote schaal  krediet.

1772-korps vrije negers opgericht vanwege gebrek aan witte soldaten.

1781 Jurriaan de Friderici leider van het korps vrije negers
1782- Jurriaan de Friderici trouwt met Sofia Bake.

 Mijn bet-overgrootmoeder Christina Cummingsborg was 11 jaar toen de slavernij werd afgeschaft .  Mijn vader Ferdinand Hendrik Petrus Tjoe Nij vertelde mij hoe hij als jongetje bij haar dochter, Jansje Won Man geboren Cummingsborg, logeerde, wanneer hij bij zijn grootmoeder ouwma Jansje op bezoek was in Paramaribo.
Jansje was de moeder mijn grootmoeder  Antoinette Francoise Johanna Matroos, gehuwd Tjoe Nij.
De suiker plantage Catharina Sofia was  in 1852 de geboorteplaats van mijn bet overgrootmoeder van vader's kant. Christina Cummingsborg woonde en werkte op de suikerplantage die genoemd werd naar de echtgenote van Jurriaan de Friderici.
Manumissie werd verleend aan Christina Louisa Cummingsborg op 1 juli 1863
(bron: Gahetna.nl Suriname en Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde slaven (Emancipatie 1863),

Voornaam Christina Louisa

Achternaam Cummingsborg
Slavennaam Christina
Geslacht vrouw
Leeftijd 11 
geboren 1852
Beroep -
Godsdienst -
Plaats plantage Catharina Sophia
Verblijfplaats Catharina Sophia
Provincie plantage Beneden Saramacca

In 1792  werd Jurriaan de Friderici gouverneur van Suriname
1791-1812 - grootschalige uitgifte van percelen aan de Saramacca rivier onder gouverneur Friderici.
1795- ontbinding sociëteit van Suriname in naam van de Bataafsche Republiek

De eerste uitgifte van terreinen in het district Saramacca had omstreeks 1795 plaats onder Gouverneur De Friderici. Het melaatschen-etablissement „Voorzorg" werd in verband met den toenemenden landbouw in 1823 opgeheven en na weinige jaren bevonden zich tusschen Kent en La Ressource 125 plantages met eene bevolking van 3000 zielen. Tengevolge van de dalende koffieprijzen legde men zich meer toe op aanplant van suiker. Op den aanvankelijken voorspoed volgde een finantieelongunstigen tijd, waardoor in 1825 reeds vele plantages weder waren verlaten. Om hieraan tegemoet te komen werd in 1828 door het Bestuur opgericht de Particuliere West-Indische Bank met het doel om den landbouw te bevorderen door het in voorschot geven van gelden aan planters ten einde op hunne suikerplantages stoomwerktuigen te kunnen invoeren. (bron: Almanac van Suriname)


foto: De nieuwe weg tussen Groningen en Hamburg in Saramacca aan de linkeroever van de Saramacca rivier, is aangelegd op 
de oude communicatie dam die  de plantages met elkaar verbond.


Ook werd door het Gouvernement op Voorzorg eene suikerplantage aangelegd, waarvan de baten zouden zijn voor genoemde Bank en waar de van prijs gemaakte slavenschepen afkomstige negers als vrije arbeiders werden te werk gesteld. Op 1 Januari 1831 waren op deze plantage 290 slaven werkzaam. De werking der Bank had eene nieuwe periode van bloei ten gevolge, voornamelijk voor de suikerplantages, maar ook koffie en katoenbouw werden met succes uitgeoefend. Door onvoorzichtige beleeningen kwam de Bank evenwel in zulke ongunstige omstandigheden dat in 1830 het doen van meerdere beleggingen door het Gouvernement moest worden verboden; hierdoor moest de plantagebouw worden opgegeven. Ook de groote Gouvernements plantage «Voorzorg" moest nu weldra worden verlaten; dit ook op aandrang van de kolonisten, die dit vereenigingspunt der zoogenaamde vrije gouvernements arbeiders gevaarlijk vonden.
(bron: Almanac van Suriname)